In oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van kracht geworden waardoor de milieuvergunning opgenomen is in een omgevingsvergunning.
Omgevingsvergunningen werden afgegeven door zowel provincies als gemeenten. De betreffende bevoegdheden waren verwoord in de Wet milieubeheer (Wm). Tot 1 maart 1993 werd dit middels de Hinderwet (HW) geregeld. Deze laatste was de eerste wet die zich richtte op de bescherming van het milieu en dateert van meer dan een eeuw geleden (1875).
Sinds 1 januari 2008 is het Activiteitenbesluit van kracht. Het Activiteitenbesluit deelt bedrijven op in 3 categorieën:
·
Type A:
geen milieuvergunning of melding nodig
Bedrijven waarvan de activiteiten weinig (negatieve) invloed hebben
op het milieu. Bijvoorbeeld: kantoren, banken en peuterspeelzalen.
Type A-bedrijven hoeven bij oprichting of wijziging geen
omgevingsvergunning voor milieu aan te vragen en ook
geen melding te doen aan het bevoegd gezag.
·
Type B:
geen milieuvergunning nodig, wel melding
Bedrijven uit onder andere de metaalelektro-industrie,
tandheelkundige laboratoria, zeefdrukkerijen en een deel van de
afvalverwerkende bedrijven. Het gaat tevens om bedrijfstakken
waarvoor algemene regels in voormalige branchegerichte besluiten
(AMvB’s) waren vastgelegd, zoals voor de horeca. Deze bedrijven
hebben ook geen omgevingsvergunning nodig voor milieu. Voor type
B-bedrijven is het voldoende om bij oprichting, wijziging of
uitbreiding van het bedrijf bij het bevoegd gezag de activiteiten
te melden.
·
Type C:
milieuvergunning verplicht
Bedrijven waarvoor de vergunningplicht blijft gelden, zoals
betonmortelcentrales en ziekenhuizen. Daarnaast zijn landbouw- en
glastuinbouwbedrijven waarvoor algemene regels gelden, type
C-bedrijven.
Steeds meer bedrijven worden onder de werking van het Activiteitenbesluit gebracht. Veel bedrijven hebben hierdoor geen vergunning meer nodig. Soms is bij het oprichten, wijzigen of uitbreiden van een bedrijf nog wel een melding bij het bevoegd gezag nodig. IPPC-bedrijven vallen niet onder het Activiteitenbesluit. In het Activiteitenbesluit worden voor veel bedrijven algemeen geldende voorschiften gesteld waardoor voor deze bedrijven de vergunningsplicht vervalt en kan worden volstaan met het indienen van een melding (type B bedrijven).
Wilt u direct weten of een bedrijf vergunning- of meldingsplichtig is en welke voorschriften uit het Activiteitenbesluit op een bedrijf van toepassing zijn? Gebruik dan de Activiteitenbesluit Internet Module (AIM). Aan de verlening van een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Uitgangspunt bij het opstellen van voorschriften wordt het Beste Beschikbare Technieken principe (BBT principe)gehanteerd. De Beste Beschikbare Technieken is het beginsel dat ervan uitgaat dat een inrichting, zoveel als economisch en technisch mogelijk is nadelige gevolgen voor het milieu beperkt. Dit is vastgelegd in artikel 8.11 lid 3 van de Wet milieubeheer. Met deze voorschriften wordt bijvoorbeeld gewaarborgd dat de vergunningplichtige inrichting binnen de gestelde geluidsnormen opereert. Ook komen voorschriften ter voorkoming van stankhinder en verontreiniging veel voor.
Een vergunning is nodig om een bedrijf:
· op te richten
· in werking te hebben
· te veranderen
· de werking ervan te veranderen
Een vergunningprocedure (= de procedure voor een uitgebreide omgevingsvergunning) duurt zes maanden (uniforme openbare voorbereidingsprocedure, afdeling 3.4 Awb). Wanneer een bedrijf, in het bezit van een adequate vergunning en iets binnen de inrichting gaat veranderen en deze verandering heeft alleen gunstige of geen gevolgen voor het milieu en past binnen de ruimte van de vergunning, dan hoeft de verandering alleen gemotiveerd en schriftelijk te worden gemeld (een zogenaamde milieuneutrale wijziging). Deze procedure duurt 8 weken.
Heeft u als bedrijf vragen over de omgevingsvergunning of de algemene regels van het Activiteitenbesluit? Dan kunt u terecht bij op de website Antwoord voor bedrijven.
Wat u nodig heeft voor de aanvraag hangt af van het soort bedrijf en hoe groot het is: