1 ontwerp toelichting Donkerstraat 29


Toelichting




Wijzigingsplan Schoenmakershoek-Oost, Donkerstraat 29



































Datum vaststelling:


IMRO nummer: NL.IMRO.0777.0121WPDONKERSTR29-2001



Status: Ontwerp










Hoofdstuk 1 Inleiding



De familie De Ceuster exploiteert een melkrundveehouderij, annex tuinbouwbedrijf annex vleesvarkenshouderij aan de Donkerstraat 29, 4871 NP te Etten-Leur. Wegens plaatsgebrek voor het tuinbouwbedrijf is er behoefte om de bestaande machineberging te vergroten. Voor de stalling van machines en voor het opslaan van stro. Daarnaast is behoefte aan ruimte voor de opslag van ruwvoer, zoals gras en maïs, maar ook voor natte bijproducten. De familie heeft dan ook een verzoek voor het vergroten van het bebouwingsvlak van het agrarische bedrijf van 1 ha naar 1,5 ha ingediend.


In het op de locatie geldende bestemmingsplan Schoenmakershoek- Oost is een wijzigingsmogelijkheid opgenomen voor de vergroting van het agrarisch bebouwingsvlak naar 1,5 ha. Het bestemmingsplan dateert van voor de instelling van de 'rechtstreekse' regels voor veehouderijen in de provinciale verordening ruimte. In het wijzigingsplan dient echter wel op de provinciale vereisten voor veehouderijen ingegaan te worden.




Afbeelding 1

Hoofdstuk 2 Wijzigingsregeling


De gronden zijn gelegen in het bestemmingsplan ‘Schoenmakershoek oost’ (vastgesteld d.d. 28 april 2009). De gronden hebben de bestemming 'Agrarisch'. In de planregels is in artikel 4.6.1 een wijzigingsbevoegdheid voor burgemeester en wethouders opgenomen om de agrarische bouwvlak te vergroten tot, 1,5 ha. Zij maken daarbij gebruik van de bevoegdheid zoals omschreven in artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening om binnen bij het plan bepaalde grenzen (bestemmingsplan Schoenmakershoek - Oost) het plan te wijzigen. De wijzigingsregeling bevat een aantal voorwaarden waaraan voldaan moet worden. Zoals de verplichte advisering van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (AAB) over de doelmatigheid van de vergroting. Daarnaast dient als onderdeel van het wijzigingsbesluit verantwoording gegeven te worden over de provincie beleidsregels voor veehouderijen en het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Om te bepalen dat sprake is en een ontwikkeling die passend is in de omgeving wordt tevens inzicht gegeven in overige ruimtelijke aspecten zoals, de bodemkwaliteit, milieuzonering, archeologie, water, geluid, lucht, verkeersveiligheid, ecologie (flora en fauna) en economische uitvoerbaarheid.



Afbeelding 2



































uitsnede bestemmingsplan Schoenmakershoek-Oost tpv Donkerstraat 29






De wijzigingsbevoegdheid luidt als volgt:


Artikel 4.6.1 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op:

a. het veranderen van de op de plankaart opgenomen bouwgrenzen;

b. het ten behoeve van een bestaand agrarisch bedrijf vergroten van een bouwvlak tot maximaal 1,5 ha indien zulks voor een doelmatige bedrijfsuitoefening of doelmatige bedrijfsontwikkeling noodzakelijk is.


Artikel 4.6.2 Een besluit tot wijziging als bedoeld in voornoemde bepalingen wordt slechts genomen, nadat burgemeester en wethouders de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen in de provincie Noord-Brabant schriftelijk om advies hebben gevraagd.




Hoofdstuk 3 Toets aan wijzigingsregeling




Artikel 4.6.1 onder b stelt dat: voor het ten behoeve van een bestaand agrarisch bedrijf vergroten van een bouwvlak tot maximaal 1,5 ha indien zulks voor een doelmatige bedrijfsuitoefening of doelmatige bedrijfsontwikkeling noodzakelijk is.


De AAB is gevraagd om een advies over een tweetal vragen:

1. of de vergroting nodig is voor een doelmatige bedrijfsuitoefening of doelmatige bedrijfsontwikkeling?

2. of de aangevraagde vergroting van de oppervlakte voor sleufsilo's met ruim 4000 m2 nodig is voor de bedrijfsvoering aangezien het aantal dieren niet vergroot wordt.


De AAB geeft in haar advies van 14 september 2017 aan dat de hoeveelheid ruwvoeropslag fors is maar gelet op de huidige omvang van het bedrijf in relatie tot de vergunde omvang van het bedrijf en het feit dat de bebouwing voor het huisvesten van de vergunde veestapel aanwezig is, acht de commissie het reëel om uit te gaan van de vergunde omvang van de veestapel. De conclusie van de AAB is dat de vergroting van het bouwvlak tot 1,5 ha voor het bedrijf aan de Donkerstraat 29 noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsuitoefening en doelmatige bedrijfsontwikkeling. Het AAB advies is in de bijlage van deze toelichting opgenomen.








Hoofdstuk 4 toets aan Verordening ruimte


Het bestemmingsplan Schoenmakershoek- Oost regelt de agrarische bestemming voor het bedrijf van de familie de Ceuster. Het bestemmingsplan dateert echter van voor de regels voor veehouderijen in de Verordening ruimte. Met de aanvrager is afgesproken dat een toetsing van de regels voor Veehouderijen zal plaatsvinden.


Er is gevraagd om een nadere toetsing op de Verordening ruimte conform de bepalingen uit artikel 7.3 van de Verordening ruimte. Dit betreft bepalingen over veehouderijen in gemengd landelijk gebied en algemene bepalingen voor bevordering ruimtelijke kwaliteit.


Het artikel luidt als volgt:


Artikel 7.3 Verordening ruimte

1. Een bestemmingsplan gelegen in gemengd landelijk gebied kan voorzien in een uitbreiding van, een vestiging van of een omschakeling naar een veehouderij, mits:

a. is geborgd dat ter plaatse alleen een zorgvuldige veehouderij is toegestaan;

b. het bouwperceel ten hoogste 1,5 hectare bedraagt;

c. de ontwikkeling vanuit een goede leefomgeving en gelet op de aspecten als benoemd in artikel 3.1, derde lid, inpasbaar is in de omgeving;

d. is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12 % en in het buitengebied niet hoger is dan 20 %, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert;

e. is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 μg/m3;

f. de landschappelijke inpassing tenminste 10% van de omvang van het bouwperceel omvat;

g. de toelichting een verantwoording bevat dat een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de planontwikkeling.”


In het navolgende wordt op het artikel ingegaan.


1 a. is geborgd dat ter plaatse alleen een zorgvuldige veehouderij is toegestaan;

In het bestemmingsplan dient voor veehouderijen opgenomen te worden dat alleen een zorgvuldige veehouderij is toegestaan. Dit is borging. Er is getoetst aan de regels voor een zorgvuldige veehouderij. Deze regels, zijn opgenomen in de nadere regels van de provincie Noord-Brabant.


Wanneer een bouwaanvraag voor een beoogde ontwikkeling wordt ingediend vindt de formele toetsing aan deze voorwaarden plaats. Ter onderbouwing dat sprake is van een zorgvuldige veehouderij is voor onderhavig bedrijf voor de beoogde bedrijfssituatie een BZV-toets (Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij) verricht.


BZV

Met de BZV beoogd de provincie een instrument dat stuurt en stimuleert dat een veehouderij zorgvuldig is en daarmee goed past in haar omgeving. De provincie heeft de BZV tevens gebaseerd op de denklijn dat ontwikkelruimte verdiend moet worden, maar niet onbegrensd is. De nadere regels Verordening ruimte – Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (versie 2.0)- is op 25 september 2017 vastgesteld en per 9 februari 2018 in werking getreden.


De provincie heeft met een zorgvuldige veehouderij een sector voor ogen die op een gezonde manier verbonden is met de sociale en fysieke leefomgeving. Het doel daarbij is dat het handelen van de veehouder op het gebied van volksgezondheid, dierenwelzijn en fysieke leefomgeving wordt geobjectiveerd.


Het handelen van de veehouder wordt inzichtelijk gemaakt door een scoresysteem. Met dit scoresysteem kan de veehouder ontwikkelruimte verdienen wanneer voldoende punten worden behaald op de BZV.

De opzet van het scoresysteem BZV bestaat uit de hoofdthema’s ‘Volksgezondheid’, ‘Diergezondheid en –welzijn’ en ‘Fysieke leefomgeving’. Hieruit zijn acht maatlatten voort gekomen. De provincie heeft het scoresysteem vervat in een internetapplicatie waarin stapsgewijs de BZV-score berekend kan worden. De laatste versie van de BZV-applicatie betreft versie 2.0.


In de BZV kan een veehouder scoren op een schaal van 1 tot 10. Een bedrijf dat alleen aan de wettelijke eisen voldoet krijgt als basis 6 punten. Het aantal punten neemt toe naarmate het bedrijf meer stappen zet, waarbij de maximale score 10 is. Een bedrijf krijgt ontwikkelruimte als het een 7,25 of hoger haalt. Binnen de range 6 – 10 zijn dus maximaal 4 punten te scoren. Deze punten zijn te scoren op de onderdelen ‘Certificaten’ en ‘Inrichting & Omgeving’ in het BZV scoresysteem. In het onderdeel ‘Inrichting & Omgeving’ zijn punten te scoren op de zes maatlatten welke bestaan uit ‘gezondheid’, ‘geuremissie’, ‘geurimpact’, ‘emissie & impact fijnstof /endotoxinen’, ‘mineralen kringlopen’, ‘mineralenkringloop’, ‘verbinding, biodiversiteit en omgeving’. Daarnaast zijn punten te scoren door het beschikken over certificaten zoals IKB, Milieukeur, EKO-keurmerk en MDV.


Dus wanneer een veehouder een 7,25 scoort op het BZV scoringssysteem heeft hij zijn ontwikkelruimte verdiend. Hierbij geldt dat minimaal 0,2 punten behaald moeten worden via het onderdeel ‘Certificaten’ en minimaal 0,6 punten via het onderdeel ‘Inrichting & Omgeving’.


De BZV score voor de beoogde situatie is 7,26 punten. De OMWB heeft de BZV beoordeeld. Op 19 maart 2019 heeft de OMWB haar eindadvies uitgebracht. In dit eindadvies over de BZV invulling is aangegeven dat de ingevulde BZV akkoord is maar dat er wel een aandachtspunt was, namelijk dat voor alle wijzigingen die in de BZV zijn meegenomen ook een melding Activiteitenbesluit of een aanvraag omgevingsvergunning ingediend moet worden. De BZV voldoet aldus de OMWB. Met dit advies is de procedure voor het ontwerpwijzigingsplan voor de vergroting van het bouwvlak van de veehouderij van 1 ha naar 1,5 ha doorgezet.


1 b. het bouwperceel ten hoogste 1,5 hectare bedraagt;

Het wijzigingsplan gaat uit van een bouwvlak van maximaal 1,5 hectare.


1 c. de ontwikkeling vanuit een goede leefomgeving en gelet op de aspecten als benoemd in artikel 3.1, derde lid, (Vr zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit) inpasbaar is in de omgeving;


Aan de volgende aspecten dienen in het bijzonder aandacht te worden besteed:


Bodemkwaliteit

Binnen de bedrijfsvoering vinden weinig bodembedreigende activiteiten plaats. Enkel het onderhoud aan de werktuigen en de opslag van mest en de opslag van veevoeders ten behoeve van de veehouderij kan als bodembedreigende activiteit worden aangemerkt. Op het bedrijf zullen bovendien kleine gebruikshoeveelheden medicijnen, reinigings- en ontsmettingsmiddelen aanwezig zijn. Deze worden opgeslagen in afsluitbare (koel)kasten. Door gebruik te maken van zeer reguliere voorzieningen, zoals vloeistofkerende vloeren, vloeistofdichte mestkelders, lekbakken en afgesloten kasten wordt het bodembedreigende risico verwaarloosbaar gemaakt. Door visuele controle, de aanwezigheid van absorptiemiddelen en de aanwezigheid van de bodembeschermende voorzieningen wordt het bodemrisico nog verder teruggebracht. In de melding activiteitenbesluit zal rekening worden gehouden met het aspect preventieve bodembeschermende maatregelen en het behoud van een duurzame bodemkwaliteit. Middels het treffen van de beschreven technische maatregelen en voorzieningen is er sprake van een verwaarloosbaar risico op bodemverontreiniging.


Ten aanzien van het aspect bodem zijn er derhalve geen bezwaren voor de gewenste ontwikkeling.


Waterhuishouding

Bij de beoogde bedrijfsuitbreiding zal het verhard oppervlakte op het bedrijf toenemen. Deze beoogde ontwikkelingen kunnen invloed hebben op waterhuishoudkundige aspecten in de omgeving. In deze paragraaf wordt inzicht geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding.

In deze paragraaf komen de volgende onderdelen aan bod:

- Beschrijving waterrelevant beleid;

- Bestaande waterhuishoudkundige situatie;

- Beoogde waterhuishoudkundige situatie.




Waterrelevant beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. De Nederlandse regering heeft invulling aan de KRW gegeven middels de Waterwet, die in werking is getreden op 22 december 2009. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlakte- en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De visies met betrekking tot het waterbeleid worden door de verschillende bestuurslagen in diverse plannen beschreven.


Het beleid van de provincie Noord-Brabant richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant. Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde. Dit beleid is vertaald in de Verordening ruimte Noord-Brabant. In de themakaart ‘water’ van de Verordening ruimte te zien dat de projectlocatie geen aanduidingen toegewezen heeft gekregen. De voorgenomen ontwikkelingen hebben geen negatieve gevolgen voor de waterberging en grondwatervoorziening en grondwaterstanden in het gebied.



Afbeelding 3





















De drie Brabantse Waterschappen, Aa en Maas, de Dommel en Brabantse Delta hebben hun keuren geharmoniseerd. Als onderdeel van dit traject hebben de waterschappen op 01-03-2015 dezelfde Keur vastgesteld met daarin uitgangspunten voor het beoordelen van ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Hiermee geven de waterschappen ook invulling aan de wens van met name de zogenaamde grensgemeentes die in het verleden te maken hadden met verschillend beleid van de waterschappen.


Waterschap Brabantse Delta is de beheerder van zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in de omgeving van het plangebied. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Het doel van dit uitgangspunt is om te voorkomen dat hemelwater als gevolg van uitbreiding van het verhard oppervlak versneld op het watersysteem wordt geloosd. Voor lozingen op een oppervlaktewater eist het waterschap daarom een vervangende berging, die de extra afvoer van het nieuwe verharde oppervlak als het ware neutraliseert. Volgens de Keur van Waterschap Brabantse Delta is het verboden om zonder vergunning neerslag tot afvoer te laten komen naar oppervlaktewaterlichamen indien daarbij sprake is van een toename van meer dan 2.000 m2 verhard oppervlak na de referentiedatum van 01-09-2005. Dit verbod is ingesteld om versnelde afvoer van neerslag te voorkomen. Om versnelde afvoer van neerslag te voorkomen dienen mitigerende maatregelen te worden getroffen.


De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is.

In de Keur zijn met name de regels voor de versnelde afvoer van regenwater door een toename van het verhard oppervlak van belang bij onderhavig initiatief. De Keur stelt in artikel 3.6 dat het verboden is zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit is een algemene verbodsbepaling waarbij vrijstelling verleend kan worden voor zover er wordt voldaan aan een aantal voorwaarden.


Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.6 van de Keur, voor het afvoeren van hemelwater via een toename van het verhard oppervlak of door afkoppelen van verhard oppervlak, naar een oppervlaktelichaam voor zover:

a. Het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m2 is, of;

b. De toename van verhard oppervlak maximaal 2.000 m2 is, of;

c. De toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak;

d. De toename van verhard oppervlak tussen 2.000 m2 en 10.000 m2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel:

Benodigde retentiecapaciteit (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x Gevoeligheidsfactor x 0,06


De beoogde uitbreiding machine-/werktuigenberging en tuinbouwloods heeft een omvang van 676 m2. Aangezien de toename verhard oppervlak minder dan 2.000 m2 is, geldt er geen vergunningplicht in het kader van de Keur. De oppervlakte van de sleufsilo's is niet meegerekend omdat bij de sleufsilo's geen sprake is van een versnelde afvoer. Het regenwater wordt hier afgevoerd naar perceelsdelen aangrenzend waarna het hemelwater infiltreert in de bodem. Compenserende maatregelen zijn voor de op dit moment gevraagde vergroting van het bouwvlak niet noodzakelijk.


Bestaande en beoogde waterhuishoudkundige situatie

In de bestaande waterhuishoudkundige situatie wordt het bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard geloosd op het gemeentelijk riool. Voor het overige wordt er uit de inrichting enkel niet-verontreinigd hemelwater geloosd. Dit hemelwater is afkomstig van regenwater dat op de daken en erfverharding valt. Gemiddeld valt er jaarlijks 0,8 m3 niet-verontreinigd hemelwater per m2 verhard oppervlak.

Dit hemelwater wordt door middel van afschot van daken en erfverharding geloosd op omliggende perceelssloten. Op het bedrijf wordt aandacht besteed aan het schoonhouden van het verhard oppervlak. Er is sprake van good-house-keeping management. De erfverharding en de daken worden zo vaak als voor de goede orde noodzakelijk is schoon gehouden. Op het bedrijf vinden geen bijzondere activiteiten plaats die ertoe kunnen leiden dat er stoffen in aanraking kunnen komen met het hemelwater. Het niet-verontreinigde hemelwater kan dus zonder problemen worden geloosd op de omliggende perceelssloten.


In de grond aanwezige of te verwachten monumenten

Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: ‘Verdrag van Malta’) regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

Op deze wijze is de zorg voor archeologische monumenten geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is onder andere bepaald dat gemeenten in hun bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden.


In het “Bestemmingsplan Schoenmakershoek- Oost” zijn geen aanduidingen ten aanzien van archeologie opgenomen. In dit kader is derhalve gekeken naar de Archeologische beleidskaart 2007 van Raap rapportnummer 1813. De groene ondergrond geeft een lage archeologische verwachting aan. Er zijn hier geen restricties ten aanzien van bodemverstorende handelingen.



Afbeelding 4


















uitsnede archeologische beleidskaart 2007. Op basis van RAAP rapport 1813.


Cultuurhistorische- en aardkundige waarden

Uit de cultuurhistoriekaart van de provinciale Verordening ruimte Noord-Brabant blijkt dat de projectlocatie niet gelegen is in een cultuurhistorisch vlak of een aardkundig waardevol gebied. Daarnaast kent de locatie geen complexen van cultuurhistorisch belang. Hierdoor zal bij uitvoering van de beoogde situatie geen afbreuk gedaan worden aan cultuurhistorische waarden of aardkundig waardevol gebied.


Ecologische waarden

Voorafgaand aan de gewenste uitbreiding dient onderzocht te worden of er sprake is van een aantasting van wettelijk beschermde natuurwaarden op basis van de groene wet- en regelgeving. Onderstaand zijn de diverse aspecten ten aanzien van natuurwaarden beschreven. Gezien de ligging van de projectlocatie is het redelijkerwijs uit te sluiten dat onderhavig initiatief een negatieve invloed heeft op de ontwikkeling van het naastgelegen Natuurnetwerk Brabant.

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

In de twintigste eeuw is veel Nederlandse natuur verdwenen. De overgebleven gebieden zijn vaak klein en liggen veelal ver uit elkaar. Hierdoor hebben bepaalde organismen moeite om gebieden te bereiken en zich er te handhaven, waardoor de diversiteit van planten, dieren en micro-organismen (de biodiversiteit) ook sterk achteruit gaat. Om de biodiversiteit te behouden en te versterken is het Natuurnetwerk Nederland opgericht.


Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor veel planten en dieren.


In het NNN liggen:

- Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken;

- Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt;

- Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer;

- Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van Noordzee en de Waddenzee;

- Alle Natura 2000-gebieden


Het Rijk heeft het algemene NNN-beleid in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgelegd. Op grond van artikel 2.10.2 van het Barro moeten provincies bij provinciale verordening de NNN-gebieden aanwijzen en nauwkeurig begrenzen. Op grond van artikel 2.10.3 Barro moeten zij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden vastleggen. Daarnaast wijzen de provincies de natuurdoelen in de NNN aan. Elk NNN-gebied heeft een zogenaamd natuurdoel. Een natuurdoel beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied.


Natuur Netwerk Brabant (NNB)

Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijke voor de begrenzing en de ontwikkeling van het NNN. De provincie Noord-Brabant heeft in zijn Verordening de gebieden opgenomen als Natuur Netwerk Brabant. Men wil in 2027 alle gaten in het netwerk hebben gedicht met nieuwe natuur. Ongeveer 90% van het Natuur Netwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden. Tussen deze gebieden is men voornemens om verbindingen te leggen in de vorm van Ecologische verbindingszones. Door deze verbindingen tussen natuurgebieden kunnen dieren van het ene gebied naar het andere foerageren.

Gezien de ligging van de projectlocatie is het redelijkerwijs uit te sluiten dat onderhavig initiatief een negatieve invloed heeft op de ontwikkeling van het naastgelegen Natuurnetwerk Brabant.



Afbeelding 5

























uitsnede Kaart ‘‘Natuur en Landschap’ uit Vr (bron:ruimtelijkeplannen.nl, locatie aangeduid met blauw pijl)


De bedrijfslocatie is niet gelegen in een gebied met een aanduiding of in de directie omgeving hiervan.

Onderhavig initiatief heeft geen negatieve invloed op de ontwikkeling van het naastgelegen Natuurnetwerk Brabant.


Flora- en fauna

De soorten beschermende werking is rechtstreeks opgenomen in de Wet Natuurbescherming (Wnb). In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Hieronder zijn de drie beschermingsregimes weergegeven:

1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn).

2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.

3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage onderdeel A en B van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland.


In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wnb regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren.

In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren.


Bij het beoordelen van de in het plangebied voorkomende beschermde soorten gaat het primair om soorten die door de ingreep direct beïnvloed worden, doordat:

- Zij fysiek aangetast worden (doden/verwonden van dieren, verwijderen van planten);

- Zij verstoord worden (toename van geluid of licht);

- Hun vaste verblijfplaatsen c.q. groeiplaatsen aangetast of verstoord worden.


Afhankelijk van de voorgestane activiteiten op de planlocatie en de aangetroffen soorten geldt een vrijstelling of dient een ontheffing te worden aangevraagd. Hierbij geldt dat de regeling strikter is bij een zeldzame soort en ingrijpende activiteit. Vogels zijn in Nederland op gelijke wijze beschermd, waarbij geldt dat vooral in het broedseizoen (15 maart – 15 juli) sprake kan zijn van verontrusten, doden of verstoren van nestplaatsen.

De soortenbeschermende werking is dus rechtstreeks opgenomen in de Flora- en Faunawet. Gelet op de aard van het initiatief, dient met name bepaald te worden of ter plaatse van de Donkerstraat 29 Etten-Leur beschermde natuurwaarden (rode lijst soorten) bevinden, die verstoord zouden kunnen worden. Verboden handelingen dienen desondanks zoveel mogelijk te worden voorkomen en handelingen mogen niet leiden tot aantasting van de gunstige staat van instandhouding. Het (onopzettelijk) doden, verwonden of verontrusten van deze soorten dient zo veel mogelijk voorkomen te worden. Gezien het huidige intensieve gebruik van het bouwvlak en de landbouwgronden grenzend aan het bouwvlak is de aanwezigheid van beschermde of bijzondere soorten echter niet te verwachten.



Afbeelding 6




























Uitsnede Flora- en Faunascan van Arcadis


Landschappelijke waarden

De omgeving van het bedrijf kan worden getypeerd als een overgangsgebied tussen het agrarisch gebied en stedelijk gebied. De actieve agrarische bedrijvigheid heeft er door de jaren heen toe geleid dat ter plaatse diverse bedrijven zijn gevestigd. Met de inkrimping van de veehouderij zijn in de loop der jaren agrarische bedrijven omgezet naar niet-agrarische bedrijven. Ten zuidwesten van het bedrijf is de rand van de bebouwde kom gelegen.


In de beoogde situatie worden extra groenvoorzieningen aangebracht in het kader van de landschappelijke inpassing. De landschappelijke inpassing is onderdeel van de bouwvlakwijziging. In het plan wordt minimaal 10% van 1,5 hectare beplant. De beoogde situatie levert derhalve een positieve bijdrage voor de landschappelijke waarden. Het landschapsplan is door Brabants Landschap opgesteld zodat gewaarborgd is dat gebruik gemaakt wordt van inheemse in het landschap passende beplanting.


Omvang van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling, omvang bebouwing en beoogde functie past in de omgeving. Milieuaspecten en volksgezondheid. Afwikkeling personen en goederenvervoer /aansluiting op aanwezige infrastructuur


De ruimtelijke ontwikkeling betreft een vergroting van het bouwvlak van een agrarisch bedrijf. De beoogde bebouwing betreft een uitbreiding van een werktuigenstalling annex tuinbouwloods en een vergroting van de oppervlakte van sleufsilo's voor de opslag van ruwvoer. De uitbreiding van zowel het bouwvlak en de bebouwing is, zo heeft de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (AAB) gesteld, noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsuitoefening en een doelmatige bedrijfsontwikkeling. De beoogde ontwikkeling past in de omgeving. Er worden geen veestallen gebouwd. Het aantal dieren wordt niet uitgebreid. Aan de milieunormen wordt voldaan. Het bedrijf is weliswaar aan de rand van de bebouwde kom gelegen maar er is doordat het aantal dieren niet wordt uitgebreid geen reden om een gezondheidsadvies in te winnen.


Er wordt voor de aan- en afvoer van de personen en goederen gebruik gemaakt van bestaande ontsluitingswegen. Deze wegen zijn geschikt voor een hoge intensiteit van vervoersbewegingen. De verwachte toename van verkeersbewegingen als gevolg van de uitbreiding van het agrarische bouwvlak is zodanig gering dat hier geen problemen te verwachten zijn.



1 d. is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12 % en in het buitengebied niet hoger is dan 20 %, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert;


Voor onderhavige bedrijfssituatie is een geurberekening gemaakt van de achtergrondbelasting geur (middels rekenmodel V-stacks Gebied).


PRA Odournet BV heeft in opdracht van het ministerie van VROM de relatie tussen geurbelasting en geurhinder onderzocht. Uit dit onderzoek is een rekenmodel gekomen waarmee het percentage geurhinder kan worden berekend. Voor de berekende concentraties is aan de hand van de handreiking Wet geurhinder en Veehouderij, bijlage 6 tabel geurhinder het percentage geurgehinderden bepaalt.



Afbeelding 7

tabel percentage geurgehinderden


Uit bovenstaande tabel blijkt dat de cumulatieve geurhinder op geurgevoelige objecten in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%. Daarbij kan worden vermeld dat er ten aanzien van de achtergrondbelasting geen wijzigingen plaatsvinden ten opzichte van de reeds vergunde situatie.


Door ons college is het standpunt ingenomen dat de woningen Donkerstraat 24 en 30 op basis van de Wet geurhinder en veehouderij op dit moment deel uitmaken van het Buitengebied. Het bedrijf voldoet in deze situatie aan de gestelde percentages in de Verordening ruimte.


e. is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 μg/m3

Voor onderhavige bedrijfssituatie is een verspreidingsberekening fijnstof gemaakt (middels rekenmodel ISL3a). De invoergegevens en rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 5.


In onderstaande tabel zijn de rekenresultaten samengevat .


Afbeelding 8













Uit de rekenresultaten blijkt dat de jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) lager is dan 31,2 μg/m3.


f. de landschappelijke inpassing tenminste 10% van de omvang van het bouwperceel omvat

Voor de bouwvlakvergroting is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld door Brabants landschap.

De landschappelijke inpassing dient ten minste 10% van de omvang van het bouwperceel te bedragen. In het plan is rekening gehouden met een totale landschappelijke inpassing van 1.500 m2.


g. de toelichting een verantwoording bevat dat een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de planontwikkeling.”

De zorgvuldige dialoog heeft op 19 april 2018 plaatsgevonden. De aanwezigen hebben positief op de plannen van de familie de Ceuster gereageerd. De dialoog en het verslag van de dialoog met de omgeving is akkoord bevonden.



Conclusie:

In het kader van de bouwvlakvergroting is de beoogde bedrijfssituatie getoetst aan de eisen vanuit de Verordening ruimte. Uit de toetsing aan de Verordening ruimte 2014 Noord-Brabant blijkt dat de uitbreiding voldoet aan de regels van artikel 7.3 Vr. De ontwikkeling is tevens vanuit een goede leefomgeving en gelet op de aspecten als benoemd in artikel 3.1, derde lid (zie de uitgebreide toelichting hierboven Art 7.3 lid 1c) inpasbaar in de omgeving.


Tevens blijkt uit de toets van de OMWB over de invulling van de BZV-applicatie dat het eindoordeel ‘akkoord’ is. Dit wil zeggen dat op de onderdelen ‘Certificaten’ en ‘Inrichting & Omgeving’ voldoende punten behaald worden bovenop de basispunten uit de wettelijke verplichte aspecten. Derhalve kan geconcludeerd worden dat het een zorgvuldige veehouderij betreft. Conform de denklijn ‘Ontwikkelruimte moet je verdienen en is niet onbegrensd’, welke gehanteerd wordt door de provincie Noord-Brabant, kan geconcludeerd worden dat de uitbreiding van het bouwvlak aan de Donkerstraat 29 in Etten-Leur mogelijk is.

Hoofdstuk 5 Ruimtelijke aanvaardbaarheid




5.1 Algemeen


Overige verantwoording buiten de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid.


In overeenstemming met regionale afspraken voor woningbouw:

Er wordt geen woning toegevoegd dus geen relatie met de woningbouwafspraken.


In overeenstemming met de regionale afspraken mbt kwaliteitsverbetering van het landschap:

Deze wijziging past binnen het regionale afsprakenkader en is een categorie 2 ontwikkeling: ‘ruimtelijke ontwikkelingen met weinig landschappelijke invloed, danwel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in de hiervoor aangewezen gebieden. De kwaliteitsverbetering vindt plaats in de vorm van landschappelijke inpassingsmaatregelen.' In dit geval het om een vergroting van een agrarisch bouwvlak tot 1,5 ha in het gemengd landelijk gebied. Omdat het een veehouderijbedrijf betreft is vanuit de Verordening ruimte bij de vergroting van het bouwvlak een landschappelijke inpassing van 10 % van het bouwvlak zijnde 1500 m2 verplicht. Voor deze landschappelijke inpassing is door Brabants Landschap een plan opgesteld. De landschappelijke inpassing is ook, voor zover het vlakken betreft, opgenomen op de planverbeelding van dit wijzigingsplan. Voor bomenrijen is geen aanduiding op de planverbeelding opgenomen. De verplichting tot de realisering, het beheer en het instandhouden van de landschappelijke inpassing is met een voorwaardelijke verplichting in de planregels opgenomen.


Luchtkwaliteit:

Het bouwvlak voor de agrarische bedrijfsvoering wordt vergroot tot 1,5 ha. De bedoeling is om een nieuwe loods en sleufsilo's toe te voegen. Het aantal dieren wordt niet vergroot. Het bedrijf voldoet aan de bepaling in de Vr dat de jaargemiddelde fijnstofconcentratie op gevoelige objecten maximaal 31,2 ú g /m3 is. Zie hoofdstuk 4, paragraaf e.


Geluid:

Er worden geen geluidgevoelige objecten gebouwd. De bouwvlakvergroting vindt in oostelijke richting plaats. Verder van de gevoelige objecten in de wijk Schoenmakershoek af. Er is geen reden om te veronderstellen dat geluid een probleem zou kunnen zijn.


Bodemkwaliteit:

Zie hoofdstuk 4, paragraaf bodemkwaliteit.


Archeologie:

Zie hoofdstuk 4, paragraaf in de grond te verwachten monumenten


Water:

Zie Hoofdstuk 4 paragraaf waterhuishouding.

Het waterschap Brabantse Delta is in de voorbereidingen van het wijzigingsplan om een wateradvies gevraagd. Van het waterschap is op 15 april 2019 een positief wateradvies ontvangen. Er wordt wel gewezen op de mogelijkheid dat voor werkzaamheden die consequenties hebben voor de waterhuishouding nog een vergunning op grond van de keur nodig is. De verzoeker is hierop gewezen. Het wateradvies is in een bijlage bij de toelichting opgenomen.


Flora en fauna:

Zie hoofdstuk 4 paragraaf Flora en Fauna


Externe veiligheid:

De regelgeving externe veiligheid is niet van toepassing er zijn geen risicovolle activiteiten in de nabijheid van Donkerstraat 29.





Economische uitvoerbaarheid:

De initiatiefnemer draagt de kosten voor de planwijziging. Ter voldoening aan artikel 6.12 Wro is een anterieure overeenkomst alsmede een overeenkomst tot planschadeverhaal afgesloten. De economische haalbaarheid is daarmee gegarandeerd.


Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat:

Er zijn geen factoren aanwezig die aanwijzingen opleveren voor een verstoord woon- en leefklimaat. De uitbreiding van het agrarische bouwvlak vindt plaats op afstand van gevoelige objecten.




5.2 conclusie


Uit het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat voldaan kan worden aan de voorwaarden om overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 3.6.12 van het bestemmingsplan ‘Schoenmakershoek-Oost’ te wijzigen zoals aangegeven op bijgaande planverbeelding. Daarnaast is de wijziging ruimtelijk aanvaardbaar en is geen sprake van de aantasting van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In de planregels voor de bestemming ‘agrarisch' wordt een voorwaardelijke verplichting voor de realisatie, onderhoud en instandhouding van de landschappelijke inpassing opgenomen.



5.3 juridische aspecten


In dit wijzigingsplan wordt het agrarische bouwvlak van het perceel Donkerstraat 29 op de planverbeelding van het bestemmingsplan 'Schoenmakershoek- oost' vergroot tot 1,5 ha en wordt de landschappelijke inpassing opgenomen. De van toepassing zijnde planregels van het plan Schoenmakershoek-Oost zijn, omdat dit plan van 2008 niet digitaal raadpleegbaar is, opgenomen in de planregels van dit wijzigingsplan.


Toegevoegd is de bestemming 'Groen-Houtsingel' uit het bestemmingsplan Buitengebied (2013) van onze gemeente voor de verplichte landschappelijke inpassing. Tevens is een artikel opgenomen met daarin de voorwaardelijke verplichting voor de borging van de realisering, het beheer en de instandhouding van de landschappelijke inpassing.



5.4 procedure


Over het voorontwerp is wettelijk vooroverleg voorgeschreven met de provincie Noord- Brabant en met het Waterschap Brabantse Delta.De provincie heeft echter laten weten dat voor plannen waarbij geen provinciale belangen spelen geen vooroverleg noodzakelijk is. Volgens het voorformulier inventarisatie ruimtelijke aspecten (ingevuld 15-4-2019) is dat in dit geval niet aan de orde. Het plan is dan ook aangemeld voor het vooroverleg. De provincie heeft op 13 mei 2019 gereageerd op het voorontwerp. De provincie geeft aan dat zij zich hebben beperkt tot de provinciale belangen op basis van het provinciaal beleid. Op basis van de overlegde en nagezonden stukken geeft het voorontwerpwijzigingsplan geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. De provincie merkt nog wel op dat de BZV-beoordeling in het vervolg van de procedure niet is gebaseerd op een concept maar op een definitieve aanvraag. Deze definitieve (onveranderde) aanvraag is op 29 mei 2019 aangemeld in de BZV applicatie. De voorontwerpreactie van de provincie Noord Brabant is opgenomen als bijlage bij deze toelichting.


Het Waterschap heeft bij brief van 15 april 2019 laten weten een positief wateradvies te geven. Ook deze brief is opgenomen als bijlage bij de toelichting.


Het voornemen tot wijziging van het bestemmingsplan ‘Schoenmakershoek- Oost ’ is bekend gemaakt in de Etten-Leurse Bode van 12 juni 2019. Gedurende de periode van 13 juni tot en met 24 juni 2019 heeft het ontwerpplan ter inzage gelegen in het gemeentelijk informatiecentrum en is geplaatst op de gemeentelijke website.


In de bekendmaking is medegedeeld dat gedurende de termijn van zes weken schriftelijk of mondeling bij burgemeester en wethouders een zienswijze kon worden ingediend. In de bekendmaking is tevens vermeld welke andere stukken ter inzage zijn gelegd.


De Provincie Noord-Brabant en het waterschap Brabantse Delta zijn via de geëigende wegen geïnformeerd over de ter inzage legging van het ontwerpwijzigingsplan.


De eigenaren van percelen in de directe nabijheid van de locatie Donkerstraat 29 zijn schriftelijk geïnformeerd over de ter inzagelegging van het ontwerpwijzigingsplan.



5.4.1 zienswijzen


Er zijn wel/geen zienswijzen ingediend!




5.4.2 beroep






ontwerp wijzigingsplan Schoenmakershoek- Oost, Donkerstraat 29