Koppermaandag

De geschiedenis van koppermaandag

De oudste berichten over de Koppermaandag dateren al uit de eerste helft van de 15e eeuw, dus van vóór de uitvinding van de boekdrukkunst. Het ontstaan is vermoedelijk terug te voeren tot de bloeitijd van de gilden. Het was toen gebruikelijk om de eerste werkdag van de week die op Driekoningen volgde 'in ledigheid en vrolijkheid' door te brengen. Het was als het ware de afsluiting van het tijdvak dat met de kerstdagen begint en door Driekoningen wordt afgesloten. De naam ‘koppermaandag’stamt waarschijnlijk af van ‘kopperen’, dat ‘feestvieren’ betekent.

In ons land was het in de gildetijd gebruikelijk om op die dag de gildebrieven opnieuw voor te lezen en daarbij in herinnering te brengen de privileges die de gildelieden in de loop der tijd hadden verworven. Een tweehonderd jaar later bestaat deze feestviering nog steeds maar door het 'uit de hand lopen' van de feestvieringen en het verliezen van de politieke betekenis van de gilden, verdwijnt ook een aantal gewoonten die met het wezen van die gilden te maken hadden. Het 'kopperen' was er daar één van.

Bij de drukkers bleef de gilde-gedachte lang voortbestaan en ook de koppermaandag-viering werd voortgezet. Het is zeer waarschijnlijk dat ook het drukkersgilde zich aanvankelijk aansloot bij de algemene viering van de jaarwisseling. Maar de viering van de koppermaandag bleef de voorkeur houden, tezamen met het aanbieden van een rijm- of kopperprent. Als oudste bewaard gebleven kopperprent geldt tot op heden de rijm-prent uit 1700.

In de tweede helft van de 19e eeuw wordt de prent meer een reclamemiddel voor de drukkerij dan een heilwens van de gezellen. De lofzang op Laurens Janszoon Coster, als uitvinder van de boekdrukkunst maakt plaats voor de kalender. Daarmee komt dan langzaam een voorlopig einde aan een heel oude traditie. Maar de koppermaandag verdwijnt nooit geheel in de vergetelheid.

Na de tweede wereldoorlog beleeft de kopperviering een herleving. In 1948 gebeurde dat in Haarlem (de geboortestad van Laurens Janszoon Coster), Arnhem en Gouda. Gevolgd in 1949 in Drenthe, Zeeland en Groningen. Vanaf de oprichting van het Nederlands Drukkerij Museum in 1976 werd deze traditie ook in Etten-Leur voortgezet.

Zoeken