Toespraak en gedicht bij de Dodenherdenking op 4 mei 2022

Dodenherdenking 2022 Vrijheid & Bezorgdheid 

Vrede
Vrede, dat is lief zijn voor elkaar,
Vrede, dat is leven zonder gevaar,
Vrede, dat is in vrijheid leven,
Vrede, dat is niet te hoeven beven.

Oorlog, dat is een ander haten,
Oorlog dat is niet met elkaar praten,
Oorlog, dat is niet anders dan lijden,
Oorlog, dat is mensen van elkaar scheiden.

Vrede, zo zou het moeten zijn,
Vrede, dat is pas fijn,
Vrede, dat is met elkaar leven,
Vrede, dat is om elkaar geven.

(Van Beatriz Pereira Clacino, voorgedragen door jeugdburgemeester Isabella Leppens). 
 

Dodenherdenking 2022 Vrijheid & Bezorgdheid

Goedenavond dames, heren, jongens en meisjes,

Dank je wel Isabella , wat een mooi gedicht over oorlog en vrede.

Dit jaar herdenken we niet alleen, maar voel ik ook bezorgdheid.

Het is vandaag 4 mei 2022. Vandaag eren we iedereen die gevallen is in de strijd voor onze vrijheid. We herdenken de ruim 6 miljoen doden uit de Tweede wereldoorlog. En we herdenken de gevallenen bij vredesmissies tot op de dag van vandaag. De vlag hangt halfstok, we zijn twee minuten stil, we luiden de klokken en spelen het volkslied. Daarin zijn we met elkaar verbonden.

Twee weken geleden heb ik in het bijzijn van Etten-Leurse veteranen het witte anjerperkje geopend. Hier heb ik namens de gemeente dank uitgesproken aan de veteranen in Etten-Leur voor hun inzet voor de vrede overal ter wereld. Ik hoop dat we de Anjers vaak zullen zien bloeien als teken van respect aan hen die voor onze vrijheid waken.

De afgelopen twee jaar waren we op 4 mei in gedachte bij elkaar of slechts verbonden in een heel klein gezelschap. Het is fijn dat we op zo’n belangrijk moment als vandaag weer samen, naast elkaar, onze doden kunnen herdenken en trots kunnen zijn op onze vrijheid. Hoewel in deze tijd trots niet het enige gevoel is dat in ons leeft, we voelen ook bezorgdheid en medeleven.

Isabella sprak over oorlog en vrede. Isabella zei “Vrede, dat is in vrijheid leven”.  Wat is dat nou eigenlijk: vrijheid ?

Ik heb het even opgezocht. Uit onderzoek* blijkt dat vrijheid een cruciale Nederlandse eigenschap is en dat wij vrijheid definiëren als :

’’te gaan en te staan waar je wilt, keuzevrijheid en aan niemand verantwoording hoeven afleggen’. Deze omschrijving van vrijheid toont de relatieve luxe van een land dat niet in oorlog is.

Met deze gedachtegang over vrijheid is het logisch dat wij, de afgelopen twee jaar, moeite hadden met de maatregelen die de coronapandemie met zich meebracht. Annelien de Dijn schrijft in de jaartekst 2022 van het Nationaal Comité 4 en 5 mei dat corona iets fundamenteels heeft blootgelegd. Namelijk dat we onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Beslissingen van andere mensen en de overheid hadden grote impact op ons leven. Denk aan wel of niet vaccineren, een avondklok, wel of niet gezamenlijk kerst vieren? Dit riep gevoelens en vragen bij ons op als: de regering kan toch niet bepalen wat ik wèl of níet doe? Het is toch míjn vrijheid, míjn leven?

Het zijn dit soort vragen waar we ons sinds de Tweede Wereld Oorlog in Nederland niet meer op dagelijkse schaal mee bezig hoefde te houden. Het overgrote deel van de Nederlandse bevolking heeft zelf nooit oorlog gekend. De pandemie was daarmee de eerste eigen confrontatie met vrijheidsbeperking. Toch gaat iedere andere vergelijking met de Tweede Wereldoorlog, of welke andere oorlog, mank. Beperkt worden in je bewegingsvrijheid is wezenlijk anders dan oorlogsgeweld, uit je huis verdreven worden, op de vlucht zijn, gescheiden van degenen die je liefhebt en vrezen voor je leven of dat van je dierbaren.

Na jaren waarin we ons -ondanks verre internationale conflicten en vredesmissies – betrekkelijk veilig voelden en herdachten om niet te vergeten, is er tijdens deze dodenherdenking een oorlog op ons continent gaande. De oorlog is ineens dichtbij. En dat roept ook bij ons weer herinneringen op, maakt ons eigen verleden meer tastbaar, voelbaar.

De afgelopen jaren deelde ik met jullie verhalen van Etten-Leurenaren in de Tweede Wereldoorlog. Ook het verhaal van vlak voor de bevrijding van Etten-Leur, over Toon Graumans. Een gewone boer die aan het werk was op zijn land. En daar zes krijgsgevangenen aantrof die ontsnapt waren uit een goederentrein. Dat bracht hem voor de keuze, help ik deze mensen? Het maakte Toon wat nerveus. Wat als iemand ze zou zien en hem zou verraden? Toch nam hij het moedige besluit om ze te helpen. Gelukkig met een goede afloop.

Andere verhalen kennen we over Rosa Elias Andriesse en Samuel Levi, onze Joodse inwoners waarvoor we in november 2020 een Stolperstein hebben neergelegd, opdat we ze blijven zien en niet vergeten. Opdat we ons realiseren dat we niet zomaar trots kunnen zijn op vrijheid, maar dat alertheid altijd geboden is. Ook in deze tijd.

Samuel, Rosa en Toon: alle drie mensen met een gewoon leven, met gewone zorgen van alledag. Gaat het mijn kinderen, mijn ouders goed, kan ik mijn gezin onderhouden? Heb ik een baan en een dak boven het hoofd?

Alledaagse vragen. Dit deed mij – niet toevallig de afgelopen week na het overlijden van Henny Vrienten  - denken aan het lied ‘Voordat de bom valt’ van Doe Maar. (een protestlied tegen kernwapens)  Carrière maken … Voordat de bom valt,  Werken aan mijn toekomst…Voordat de bom valt

Ik ren door mijn agenda…Voordat de bom valt

Veilig in het ziekenfonds…Voordat de bom valt

En als de bom valt, Dan lig ik in mijn nette pak

Diploma`s en mijn cheque op zak,

Mijn polis en mijn woordenschat …  Onder de flatgebouwen van de stad.

De songtekst van dit lied waarschuwt voor kernwapens en laat zien dat oorlogslachtoffers gewone mensen zijn. Mensen zoals jij en ik, met gewone zorgen en een gewoon leven. Als je eenmaal in een oorlog terecht komt, dan is alles wat je ooit maatschappelijke was (of had), niet meer van waarde.

Samuel, Rosa en Toon waren tot 1940 alledrie mensen uit Etten-Leur met een gewoon leven, met gewone zorgen. Gaat het goed mijn partner, kinderen, mijn ouders? Hoe kan ik zo goed mogelijk voor mijn gezin zorgen? Met een dak boven ons hoofd en brood op de plank?

Deze zelfde vragen stellen onze nieuwe inwoners, gevlucht voor het oorlogsgeweld in de Oekraïne. Zij hebben aan den lijve ervaren wat het is als vrijheid niet meer vanzelfsprekend is, om je huis en dierbaren achter te laten, op de vlucht voor oorlogsgeweld. Ruim 130 mensen hebben inmiddels een veilige plek gevonden in Etten-Leur, bij het Turfschip, Vincent’s of bij gastgezinnen.

Onlangs sprak ik Olena en haar man Ghassan, beiden van mijn leeftijd, en hun kinderen Devid en Oleksandr. Olena is verloskundige en haar man is regisseur. Samen hebben zij -net als mijn man Piet en ik -twee zonen. Devid is tandarts en Oleksandr is muzikant en verdient een beetje bij in Bitcoins. Deze familie uit de Oekraïne heeft opeens geen huis, geen baan, geen bankrekening, geen agenda, niets meer… gevlucht, op weg naar veiligheid. Tot voor kort hadden ze net als wij een gewoon leven, met gewone zorgen. Mensen zoals jij en ik.

Ik vroeg me af - ongetwijfeld net als u - of ik me nou moest schamen voor het feit dat ik me verbonden met hen voel en minder met andere oorlogsslachtoffers in dezelfde situatie, die als statushouder in onze gemeente zijn gekomen?

Ja en nee is mijn antwoord.

Onderscheid op grond van afkomst is wat mij betreft moreel niet aanvaardbaar. Ja, ik moet me schamen dus. Niet je afkomst, maar tóekomst telt. Waar je ook vandaan komt.

Anderzijds, ik realiseer me ook dat dit gezin op het ónze lijkt, zelfs de jeans en sneakers waren van dezelfde merken als bij ons thuis in de was. Deze oorlog is in tijd en afstand nabij. Poetin is als agressor voor ons geen onbekende verre dictator. Daarmee ontstaat verbondenheid. Moet ik me dáár dan voor schamen? … Nee, ik denk van niet.

Je merkt dat met de agressie vanuit Rusland ook in Nederland de verontrusting toeneemt. Niet alleen is Oekraïne dichtbij, de onberekenbare agressie en beïnvloedt ons veiligheidsgevoel. De economische sancties zijn voelbaar, de energieprijzen zijn hoog, de verwarming gaat een paar graden omlaag. De Oekraïense vluchtelingen maken deel uit van onze samenleving, kinderen gaan hier naar school, vaders of moeders pakken de draad op en vinden hier werk. We zien de confronterende, ontluisterende beelden van het oorlogsgeweld op het nieuws en in de social media. Dat alles maakt deze oorlog en de effecten daarvan letterlijk zichtbaar, merkbaar, voelbaar dichtbij. Het raakt ons allemaal.

Vandaag herdenken we onze slachtoffers van eerdere oorlogen. Mannen en vrouwen die voor onze veiligheid hebben gestreden en daar hun leven voor hebben gegeven. Naast ultieme dankbaarheid aan hen past bij deze dodenherdenking ook alertheid en bezorgdheid. Omdat oorlog kort geleden nog ver weg leek, en nu ineens dichtbij is.

Laten we dankbaar zijn voor alle inwoners die helpen om vluchtelingen op te vangen. Laten we onze militairen in de buurt van het oorlogsgebied een behouden thuiskomst wensen. En laten we wensen dat er een spoedig einde komt aan deze oorlog in de Oekraïne, zodat mensen hun leven niet meer hoeven geven voor de vrijheid.

*Uit - ‘’De stand van vrijheid’’, een onderzoek van het SCP in samenwerking met het Nationaal Comité 4 en 5 mei